*SPECIAL*: Kunstgeschiedenis – de Renaissance


20/11/2016 Facebook Twitter LinkedIn Google+ Online Kunst & Design Veiling


Kunst Mona Lisa

Stoomcursus Kunstgeschiedenis

Wanneer je naar ons aanbod op kunstendesignveiling.nl kijkt, zie je veel verschillende kunststromingen voorbij komen. Maar wat hoort nu precies in welke periode thuis en welke stromingen zij er te onderscheiden? Het leek ons handig om hier een kort en bondig overzicht van te geven zodat je de werken kunt plaatsen in hun tijdsgeest. Een stoomcursus kunstgeschiedenis zullen we maar zeggen. Kunstgeschiedenis is verdeeld in perioden en bewegingen. We focussen in ons overzicht vooral op de stromingen vanaf de renaissance en laten de Griekse, Romeinse en (vroeg) Christelijke kunst even voor wat het is. Elke week zullen we een nieuwe stroming behandelen waar we met name de schilderkunst zullen uitlichten. Op de hoogte blijven? Schrijf je onderaan deze pagina in voor onze nieuwsbrief.

De Renaissance (1400-1530)

Renaissance betekent: wedergeboorte. In dit geval de wedergeboorte van de kunst van de klassieken. Aan het begin van de vijftiende eeuw ontstond er in Italië een hernieuwde belangstelling voor de kunst en cultuur van de klassieke oudheid. In de Renaissance veranderde veel in het denken van de mens. Tijdens de Middeleeuwen richtte men zich op de religie en hiernamaals, maar in de Renaissance ontdekte men opnieuw de schoonheid van de wereld en van het menselijk lichaam. Door het afnemen van de invloed van de kerk kwam de mens zelf centraal te staan. Bouwkunst, schilderkunst en beeldhouwkunst werden in de Renaissance voor het eerst als vrije kunsten gezien in plaats van een soort ambachtelijk handwerk.

In de schilderkunst probeerde men de mensfiguren en de ruimte eromheen zo echt mogelijk weer te geven. Men ging zo veel mogelijk natuurgetrouw schilderen. De natuur werd met aandacht geschilderd en de achtergrond in een juist perspectief weergegeven. In de schilderijen uit de Renaissance vinden geen afsnijdingen plaats en de figuren staan in een denkbeeldige driehoeks/ovaal-compositie gerangschikt. Dit werd als evenwichtig en harmonieus ervaren. Ook is er een voorkeur voor een symmetrische compositie. Tijdens de periode van het hoog Renaissance (v.a.1500) waren er twee kunstenaars die zeer kenmerkend zijn voor de renaissance, namelijk: Leonardo da Vinci en Michelangelo Buonartoti.

Leonardo da Vinci
Kunst Da Vinci

Maagd op de rotsen, links Londen, rechts Louvre

Leonardo da Vinci hield zich naast tekenen, schilderen en beeldhouwen bezig met de meest uiteenlopende zaken. Hij werd dan ook niet voor niets duivelskunstenaar genoemd. Hij was ontzettend rusteloos in het zoeken naar nieuwe ideëen. Vaak had hij een project half uitgewerkt waarna hij alweer met een nieuwe begon. Dit gold echter niet voor de schilderkunst, hierin was hij meester en perfectionist. Zijn werken behoren tot de bekendste kunstwerken van de wereld; zo is bijvoorbeeld de “Mona Lisa”, van zijn hand. Ook schilderde hij het fresco van het “Laatste Avondmaal” en het schilderij “Maagd op de rotsen” zoals hieronder afgebeeld. Het schilderij Maagd op de rotsen, ook wel Madonna in de grot genoemd, is een afbeelding van de maagd Maria met Jezus, Johannes de Doper en de Aartsengel Uriël in een grot. Van dit schilderij zijn twee versies gemaakt. De eerste versie is geschilderd tussen 1483 en 1486 door Da Vinci zelf en is te bezichtigen in het Louvre. De tweede versie is geschilderd tussen 1491 en 1508 en hangt in de National Gallery in Londen. Beide schilderijen hebben vrijwel dezelfde compositie tegen dezelfde soort achtergrond, maar verschillen in details. De versie in het Louvre heeft kleinere figuren, fellere kleuren en is minder gedetailleerd.

Michelangelo Buonartoti
Kunst Michelangelo

Fresco van Michelangelo uit ca. 1511 op het plafond van de Sixtijnse Kapel in Rome.

Michelangelo Buonartoti vond de beeldhouwkunst het hoogste, hoewel hij in zijn carriere ook heeft geschilderd, zoals het beroemde fresco: ‘de schepping van Adam’. Als beeldhouwer wist hij mens en dier als het ware uit het blok marmer te bevrijden. De mens en de verhoudingen van het menselijk lichaam stonden centraal in zijn werk. Mensfiguren waren voor Michelangelo het begin- en eindpunt in heel zijn werk. In de Hoge Renaissance wilde de opdrachtgevers ook vaak zelf op het schilderij staan en hierdoor ontstond er aandacht voor het portretschilderen. Hieronder hebben we een aantal werken uitgelicht. De energieke, dynamische, vliegende God raakt Adam aan die tot leven komt en zich opricht. Een vonk is niet te zien, maar die had Michelangelo ook niet nodig om een bijzonder krachtig beeld neer te zetten. De beroemde afbeelding is een onderdeel van de frescoschildering op het plafond van de Sixtijnse kapel, waar diverse andere taferelen uit Genesis worden uitgebeeld.


“In de Renaissance ontdekte men opnieuw de schoonheid van de wereld en van het menselijk lichaam”


Volgende week in onze Stoomcursus Kunstgeschiedenis: de Barok